We vertrekken 's morgens om 10.00 uur richting Frankrijk. De teller staat op 8390 km. Voor het eerst zal de brandweerauto/camper zich op buitenlandse wegen begeven. Alles is na gekeken en we zijn er van overtuigd dat er best wel iets vergeten is maar wat, daar zullen we later wel achter komen. De zon schijnt, het is echt vakantie weer. Met volle water- en brandstoftanks gaan we richting het zonnige zuiden.
Een vast plan hebben we niet. We willen wel naar Verdun. Dat is het enigste wat vast staat. De laatste maanden hebben we veel boeken over de 1e wereldoorlog gelezen en we wilden de omgeving van een van de grootste veldslagen eens gaan bezoeken.
Vanuit Sliedrecht gaan we via de A15 richting Gorinchem. Daar de A 27 op naar Breda. De snelheid is 80 km. per uur, we rijden gelijk op met de vrachtauto's en caravans. We genieten nog steeds van de verbaasde gezichten. Auto's die ons inhalen verwachten een brandweerwagen voorbij te rijden. Naast de auto gekomen zien ze aan de gordijntjes dat het een omgebouwde brandweerauto is, omgebouwd tot camper. Zonder enige oponthoud passeren we de grens. Er is geen controle meer. Gelukkig is de MKZ besmetting voorbij. Het is niet druk op de weg, het vakantieseizoen is nog niet begonnen.
Even voor Antwerpen schakelen we over op een Belgisch radiostation die de weg prognose door geeft. Tussen Antwerpen en Brussel staan enkele files door wegwerkzaamheden. We besluiten om via Boom te rijden. Een tiental kilometer voorbij Antwerpen verlaten we de autoweg om te tanken.
Hier gebeurt het. Er komen twee motorrijders naast ons. "Zou er verkeerscontrole zijn?" vraagt Adrie. Ik wist het ook niet en we volgen de, met fel gele vesten uitgeruste, motorrijders. We worden naar een plaatselijk industrieterrein gedirigeerd.
"Wat is er aan de hand, heren?" vraag ik door het raampje. "Wat er aan de hand is?" vraagt een gehelmd hoofd voor het raam, "Ge zeit toch een brandweerwagen, ge moet met ons mee. We halen hier alle brandweerwagens van de weg en brengen ze naar de stoet". We begrepen eerst niet wat ons overkwam, meerijden in een stoet? Wat bedoelde die kerel? "We zijn onderweg naar Frankrijk" zei ik "wat bedoel je eigenlijk?' Even later werd het ons duidelijk. Iets verder lag het plaatsje Niel. De brandweer bestond 170 jaar en voor die gelegenheid was er een optocht georganiseerd. Uit verschillende landen, Frankrijk, Duitsland en ook Nederland kwamen brandweerauto's naar Niel. De plaatselijke motorclub was verzocht om de auto's naar een industrieterrein te begeleiden waar de stoet opgesteld werd op bouwjaar. Lachend namen we afscheid van de motorrijders, die ons verbaasd nastaarden. Ik zag ze denken. 'Stomme Hollanders, wie gaat er nu op vakantie in een brandweerauto." Na getankt te hebben reden we richting Niel. De man had ons verteld dat het hele dorp was afgesloten maar we wilden deze kans niet laten lopen. We hadden de Arend Fox, een van de mooiste Nederlandse brandweerwagens, al langs zien komen. Toen we bij Niel aankwamen was het net alsof ze ons stonden op te wachten. Het was een drukte van jewelste. De straten stonden aan weerszijden vol met geparkeerde auto's. Honderden mensen liepen in de richting van het centrum. Toen we het centrum naderden werd voor ons de wegafzetting verwijderd. Enkele agenten wenken. Doorrijden. Achter ons hoorden we motoren, sirenes loeiden en er klonken bellen. Er kwamen nog meer brandweerauto's aan. Weer werden wegafzettingen verwijderd en we werden naar een industrieterrein gebracht. In een lange rij stonden diverse oude brandweerwagens te wachten. Een ieder kreeg een nummer uitgereikt. Toen kwamen wij aan de beurt. Ik had ze al even zien kijken. Ze had een papier in de hand en controleerde het met ons kenteken. Ik zag dat het niet klopte. Allicht niet, wij stonden er niet op. We hadden al voorpret voor tien.
"Wat is er aan de hand?' vroeg ik met een boos gezicht uit het raampje. "Waarom zijn we ontvoerd?' De juffer keek nogmaals op haar papier en zei benepen 'uw kenteken komt niet voor op de opstellingslijst van de stoet mijnheer". Met moeite kon ik het lachen inhouden. "Nee, natuurlijk niet, we zijn onderweg naar ons vakantieadres in Frankrijk. Waarom zouden we op een stuk papier staan hier in Niel?' Verschillende brandweerlieden kwamen er bij staan en liepen om onze auto heen. Toen werd het hun al snel duidelijk. Ze hadden de verkeerde brandweerauto van de weg gehaald. We konden het lachen niet inhouden en met een excuus van de brandweermannen uit Niel draaiden we de auto en gingen terug naar het centrum. Hier vonden we met behulp van een agent een parkeerplaatsje buiten de route zodat we konden vertrekken wanneer we wilden.
Het hele dorp zou afgesloten blijven tot 's avonds acht uur en dat leek ons te lang. We hebben een plezierige middag gehad daar in Niel. 150 brandweerauto's vanaf een handpompwagen tot de nieuwste crashtender van Zaventem trokken aan ons voorbij. Zie ook http://www.brandweerniel.be/
Drie uur later op weg naar Namen zei Adrie 'De vakantie kan nu al niet meer stuk, we hebben de eerste dag al zoiets moois gezien, een goed begin van de vakantie, dit belooft wat.' Ik ben wat minder positief in zulke dingen en zei daarom ook. 'Roem de dag niet voor het avond is.' En op dat moment stopte de motor er mee.
Richtingaanwijzer uit en naar de kant. Motorkap open en kijken of er benzine werd opgepompt, dat was inderdaad zo. Hier hield mijn kennis op, ik zou nog kunnen kijken of de bougie een vonk gaf maar zoniet wat moest ik dan. We besloten dan ook om op de wegenwacht te wachten.
Gelukkig stond er een praatpaal in de buurt. Twee en een half uur later was het probleem verholpen. Een losse draad aan de bobine, een aardekabeltje maakte slecht contact. Na een kop koffie met de monteur vertrokken we richting Namen. Langs de Maas vonden we een camping in Profonville. Een mooie camping om te overnachten. Rust, een stukje kaas en een glas wijn. We hadden die eerste dag genoeg meegemaakt.

Zondag 24-06-2001

De 2e dag vertrokken we om 10 uur langs de Maas naar het zuiden. In Dinant stopten we om broodjes te kopen en bekeken we een wedstrijd met waterscooters op de Maas. Heerlijk de tijd aan jezelf te hebben. Om twaalf uur vonden we een mooi plekje in Revin, langs de over van de Maas. Natuurlijk kwamen er direct wat jongelui bij de brandweerauto kijken die in rap Frans tegen ons begonnen te praten. We spreken geen van beiden deze taal maar leerden daar dat pompier, brandweer betekend. Na een poosje vertrokken we weer en reden bij de splitsing van de Maas en een kanaal het dorpje Inor in. Een bord langs de weg wees ons de richting van een camping. Deze camping was geheel ommuurd door een oude muur wat bij ons deed vermoeden dat er een camping was opgezet op een plaats waar eens een klooster was geweest. Het bleek camping Des Bouleaux te zijn. Hier bleven we 2 dagen om te wandelen in de omgeving. Het was een schilderachtige omgeving, zonder geluiden van snelwegen die we aan de rand van de Alblasserwaard zo gewoon zijn.
De camping bestaat voor het overgrote deel uit vaste staanplaatsen.
Er is plaats voor ongeveer 8 toeristische bezoekers. Er liggen betonnen platen in het keurig gemaaide gras waar je de voortent van de caravan overheen kan zetten. Het sanitair is er schoon en er is voor de gasten een café aanwezig. De temperatuur liep in die dagen op tot 30 gr. Celsius.

Dinsdag 26-06-2001

Omdat onze camper niet voorzien is van een koelkast, we hebben alleen maar een koelbox op 12 volt, moesten we dinsdagmorgen weer verder. Brood en beleg waren op en in Inor zijn geen winkels. In Belleville kochten we mondvoorraad en zochten een mooi plek op langs de Maas. Wat is er mooier dan op een zonnige morgen, onder een stralend blauwe hemel, laat te ontbijten langs de Maas. Alle tijd aan jezelf, niemand die op je wacht. We reden van Belleville in de richting van Verdun. Langs de weg stonden borden die de plaatsen aangeven waar de verschillende veldslagen zijn geleverd in de 1e wereld oorlog. Tientallen oorlogsgraven langs de weg getuigden van de miljoenen doden die er gevallen zijn. We bezochten een van die monumenten en verwonderden ons over de rust die in de dorpjes heerst die we doorkruisten op weg er naar toe. Even na de middag kwamen we aan bij het nationale monument.Ik schrijf nu nationale monument maar wellicht is het een internationaal monument. Na ons even te hebben verkleed, immers bezoek je niet in een korte broek deze plaats, bezochten we het monument en knekelhuis. Gesneuvelden van tientallen nationaliteiten liggen hier begraven of waar de van resten liggen opgestapeld in het knekelhuis onder het monument. Het was ondanks de 30 graden een plaats waar de koude rillingen ons over de rug liepen. De boeken die we de laatste maanden hadden gelezen en documentaires die we op Discovery hadden gevolgd konden niet het gevoel overbrengen die dit bezoek teweeg bracht. En dan te bedenken dat er na de 1e wereldoorlog nog een 2e volgde, Vietnam, Golfoorlog en recentelijk de oorlogen in Joegoslavië. Wat staat ons nog te wachten?
Na nog enkele inkopen te hebben gedaan lieten we Verdun achter ons en reden richting Reims. Deze stad wilden we bezoeken maar de plannen wijzigden zich. Dit is het voordeel van een camper en samen op stap gaan, geen zin in de drukte van de stad, dan stoppen we toch en zoeken een camping op. Zo ook die middag, de lucht betrok wat en we besloten om vroeg een camping op te zoeken. We hadden een oude campinggids in de auto liggen en op een parkeerplaats, bij het genot van een kop koffie, zochten we een camping in de buurt. Na een half uurtje zagen we een bord, rechtsaf een camping. Naast een oorlogsmonument in het plaatsje Ville sur Tourbe lag een camping in de bossen met daarbij enkele waterpoelen. Dit zou een plekje kunnen zijn om enkele dagen te blijven. Ik had mijn vishengel bij me en Adrie verschillende boeken die ze nog wilde lezen. Of het nu kwam van het naderende onweer of omdat we Hollanders waren dat weten we niet maar 's avond tijdens het eten werden we bijna opgevreten door de muggen. We hebben het niet afgewacht maar zijn de volgende morgen weer vertrokken.

Woensdag 27-06-2001

's Nachts had een hevig onweer de hitte verjaagd en bij een bewolkte hemel vertrokken we richting Reims. Via Menehould, waar we nog de dagelijkse boodschappen kochten, komen we aan in het champagne gebied. De wegen waren al opgedroogd maar hier en daar waren er van de heuvels modderstromen naar beneden gekomen. De smalle weggetjes waren dan ook op sommige plaatsen spekglad. Soms moesten we omrijden omdat er een weg was afgesloten. Des ondanks werd het een bijzonder mooie tocht langs de verschillende châteaus.
De auto hield zich prima, steile weggetjes gaven geen problemen en ondanks dat de temperatuur buiten weer opgelopen was tot tegen de 30 gr. was het in de auto prima uit te houden. Met het dakluik en de schuiframen open vervolgden we weer onze weg.
Tegen de avond keken we uit naar een camping. Het wildkamperen zit er voor ons niet zo in omdat waar je de auto ook neerzet er direct mensen komen kijken of er brand is uitgebroken. We vonden een boerencamping in Aizelles, even ten zuid oosten van Laon.Een mooie en eenvoudige camping met ruime plaatsen voor toeristen op een vlak veld. Het sanitair was er schoon en netjes. Hier overnachten we en kwamen we er achter dat we een Franse stekker vergeten hadden.

Donderdag 28-06-2001

De zon stond al vrij hoog aan de hemel toen we de volgende morgen na het verlate ontbijt op pad gingen. Er moesten kaarten gekocht worden want de familie verwacht dat je trouw een kaartje post wanneer je in het buitenland bent. In Guise werd er halt gehouden om aan deze familie traditie te voldoen. Guise is een gezellig winkelstadje en na het dagelijkse bezoek aan bakker en slager kochten we bij de VVV een kaart van de omgeving.Met deze kaart bij de hand gingen we op zoek naar een mooi plekje om te eten. Adrie, die goed kaart kan lezen vertelde dat ze op de kaart een mooie route had ontdekt. Ik moest richting Hirson aanhouden dan zouden we vanzelf op de route komen. Inderdaad na 10 minuten kwamen we de bordjes tegen die de route aangaven. We reden door het dal van het riviertje l'Oise. In de omgeving stonden veel tot burcht versterkte kerken. Op een heuvel stond zo'n kerk en van die plaats had je een vergezicht in het l'Oisedal.
Zeker een half uur stonden we hier tussen alleen maar de koeien en een paar schapen. Geen auto, fiets of wandelaar kwam er langs. Een zestigtal kilometer volgden we de route. Tot het moment dat we moesten tanken. De dorpjes waar we doorheen gereden waren leken uitgestorven. Nergens geen winkel en zeker geen tankstation te bekennen. We verwonderden ons over de verlatenheid van dit gebied. Op een kruispunt stond een man die zijn tijd verdeed door op een schop te hangen. Eerst dachten we nog dat hij stond te slapen maar toen hij de brandweerauto ontwaarde bleek er toch leven in de vent te zitten. Met handen en voeten probeerde ik hem duidelijk te maken dat ik op zoek was naar een benzinepomp. Na eerst het zweet uit zijn nek te hebben gewist werd ons met arm bewegingen de richting aangegeven en de aantallen heuvels uit geteld. De eerste benzinepomp was zo'n 30 km verderop in de plaats La Capelle. Met behulp van de kaart werd het nog even nagekeken, het klopte, we moesten naar La Capelle. Via smalle bos wegen kwamen we daar een klein uurtje later aan. Een pomp was snel gevonden en met een volle tank vertrokken we richting Prisches, daar moest een camping zijn. We kwamen door het plaatsje le Nouvion waar we op een café op het uithangbord de naam Artios zagen.
Even dacht ik dat het misschien het café van Rene Artois was, uit de serie 'Allo 'Allo, maar dit bleek niet te kloppen. De vrouw van Rene heet Edith en hier stond Stella voor. Een uur later reden we het dorpje Prisches binnen. Het dorp bestaat uit een hoofdweg met daaraan enkele zijweggetjes. Wel was er, in tegenstelling, met de dorpjes waar we eerder hadden gestaan, ook een soort van middenstand. Een bakker, slager en een klein supermarktje. Het bleek de andere dag dat men in de supermarkt alle eerste levensbehoeften verkochten. Dit was de plek om even stil te houden. De camping stond duidelijk aangegeven op het dorpsplein. Het was een eenvoudige camping waar het sanitair schoon en goed onderhouden was zo bleek toen we de camping waren opgewandeld.
We zagen niemand, er stond een caravan aan de poort, waar de gordijnen van gesloten waren. Even later bleek er iemand wakker te zijn geworden van ons want een oudere man vroeg ons, eerst in het Frans, later in het Vlaams, of hij ons kon helpen. Het bleek een Belg te zijn die in het vreemdenlegioen gevochten had in het Verre Oosten en in Algerije. Samen met zijn vrouw beheerden zij de gemeentelijke camping. Hier stonden we drie dagen op een schaduwrijk plaatje onder de bomen. Zaterdag kregen we onverwacht bezoek. Onze dochter en schoonzoon waren onderweg van Duitsland naar Engeland en kwamen een kop koffie halen. Die avond, nadat ze vertrokken waren werden we uitgenodigd door de bewoners van de caravan naast ons. Een van hen was jarig en we zouden en moesten een glas wijn meedrinken.

Zondag 31-06-2001.

Na een stevig ontbijt vertrokken we die morgen richting Valenciennes. Het was weer prachtig weer en er waren weinig auto's op de weg. We hadden alle tijd en stopten dan ook regelmatig om van het steeds wisselende landschap te genieten. We hielden de zon in de rug, dus op die manier moesten we vanzelf bij de Belgische grens uitkomen. Om een uur of twee kwamen we op een lange rechte weg die langzaam omhoog liep. Op de top van de heuvel, tussen de bomen door ontwaarden we een grote kerk. Hier bleek de grens te zijn want op een bord stond dat we Frankrijk verlieten. We parkeerden de auto langs de weg en bezochten de plaats. Een indrukwekkende kerk boven op de heuvel aan het eind van een lange rechte weg die aan de andere kant van de heuvel in noordelijke richting doorliep.
Na even de benen te hebben gestrekt zijn we weer vertrokken. Het was er vreselijk druk met motorrijders. Het had wel iets weg van Baarle Nassau. Heel veel toeristen op een honderdtal vierkante meter.
We reden via de N60 nu richting Ronse in België. Het leek ons wel wat om enkele dagen in de Vlaamse Ardennen te blijven. Gezellig op een terrasje 's avonds een bolleke drinken met Vlamingen. In de buurt van Oudenaarde keken we uit naar een camping. Even voor Oudenaarde zagen we een bordje en kwamen terecht op de Kluisberg.10-14% heling moesten we op, tussen de mountainbikes door naar camping Panorama. Het bleek dat daar een kampioenschap gereden werd op die berg. Camping Panorama is een terrassen camping met uitzicht over het plaatsje Kerkhoven.
Toen we die avond een eindje wilden gaan wandelen kwamen we er snel achter dat dit geen camping voor ons was. Er was geen horizontaal stukje weg te bekennen. Even naar de bakker was er niet bij. 1,5 Km naar beneden lopen zou nog kunnen maar terug, met een heerlijk vers brood onder de arm, weer die klim naar boven leek mij teveel gevraagd. Dus vertrokken we de volgende morgen met de brandweerauto naar een volgende camping.

Maandag 01-07-2001.

Het gaat misschien vervelen als ik zeg, we vertrokken die morgen met een stralend blauwe lucht. Spijtig voor diegene die niet het mooie weer gehad hebben in hun vakantie maar de tweede week leek weer een tropische week te worden. 30 graden was geen uitzondering, eerder regel. Het zou een week worden van luieren en lekker niets doen. We gingen dan ook op zoek naar een camping waar we een dag of vier konden blijven staan, bij voorkeur met viswater in de directe omgeving. We bezochten er een paar in deze streek maar kwamen in de namiddag uit in het Waasland. Bij camping Fort Bedmar in De Klinge, op de grens met Zeeuws- Vlaanderen, beschikten ze over twee mooie visvijvers. Volgens de beheerder vol met karpers, baarzen, blieken en voorn. De beheerder, die ik vertel had dat we Fort Bedmar hadden uitgekozen om te vissen, was zo vriendelijk ons een plaats direct aan het water toe te wijzen. Het bleek een pracht plaats voor ons, rondom in de schaduw van bomen en struiken. 's Morgens de zon tot tien uur en 's avonds vanaf acht uur. En wat betreft de hoeveelheid vis, hij had geen woord te veel gezegd. Ik heb menig karper aan de haak geslagen. Ik viste met brood of met kaas en de voorns die er op beten waren allen groter dan 25 cm. Het waren mooie visdagen daar op de grens tussen België en Zeeuws-Vlaanderen.
We hadden nu anderhalve week geen nieuwsdienst en weerpraatje gehoord en op donderdagavond keken we op het kleine TV-tje dat we bij ons hadden naar het halfacht nieuws op de BRT. De verwachting was dat en slechter weer op komst was. Onweersbuien met veel regen. We besloten dan ook om de partytent direct af te breken zodat die droog kon worden opgeborgen. Dit was achteraf geen verkeerde beslissing want op vrijdagmorgen begon het te regenen.

Vrijdag 05-07-2001.

Weer op weg naar huis. Twee weken vakantie achter de rug. Het was net als of de auto de garage rook, als een paard zijn stal, hij liep als een zonnetje. Het was als of de wagen nu pas was ingereden. Met een kilometerstand van 9670 km op de teller kwamen we in Sliedrecht aan. De eerste keer met de brandweerauto naar het buitenland. Het vraagt om een vervolg. Het is ons prima bevallen. Toen we op weg gingen hoorden we allerlei geluidjes die we niet konden thuis brengen en waren toch niet helemaal gerust op een goede afloop. Maar nu twee weken en bijna dertienhonderd kilometer later weten we alles van de brandweerauto af. Adrie heeft nog wat was te doen, ik ga zaterdag de auto wassen dan gaan we maandag weer uitgerust naar het werk.


2002.Langs de Maas naar Verdun in Frankrijk
Designed 2016 by Leen.zelf
Pagina van L1 en A3 van Wingerden